Uitspraak 13-02-2026

KLACHTENCOMMISSIE, uitspraak d.d. 13 februari 2026 inzake klacht 25-03

 

Ingekomen stukken

De Klachtencommissie heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
– Klachtformulier van klager, d.d. 7 oktober 2025
– Aanvullende e-mail van klager, d.d. 21 oktober 2025
– Verweer van de tolk, d.d. 6 november 2025
– Reactie van klager op het verweer, d.d. 11 november 2025
– Aanvullende reactie van de tolk, d.d. 2 december 2025

Feiten

Als niet of onvoldoende betwist, staat het volgende vast:

  1. Op 22 april 2025 vond een civielrechtelijke zitting plaats bij de rechtbank te Lelystad waarbij klager en de wederpartij betrokken waren.
  2. De tolk is door een bemiddelende stichting aangevraagd om tijdens deze zitting te tolken voor de wederpartij.
  3. Klager beschikte tijdens de zitting over een andere tolk NGT.
  4. De tolk heeft voorafgaand aan en tijdens de zitting aangegeven uitsluitend voor de wederpartij te tolken en niet voor klager.
  5. Vaststaat dat de tolk niet stond ingeschreven in het Register beëdigde tolken en vertalers (Rbtv) en dat de tolk in eerdere procedures vaker voor de wederpartij heeft getolkt.
  6. Voor de zitting van 22 april 2025 gold geen wettelijke plicht om een tolk in te zetten die is ingeschreven in het Rbtv.

Klacht(en) en verweer

  1. Partijdigheid: klager stelt dat de tolk partijdig heeft gehandeld door te weigeren voor klager te tolken en uitsluitend voor de wederpartij op te treden. De tolk stelt dat deze werkwijze juist is gekozen om neutraliteit en transparantie te waarborgen.
  2. Onprofessioneel handelen: klager stelt dat de tolk onprofessioneel heeft gehandeld door vooraf kenbaar te maken niet voor klager te willen tolken. De tolk stelt dat dit een bewuste professionele keuze was om belangenverstrengeling te voorkomen.
  3. Beëdiging en kwalificaties: klager stelt dat de tolk onterecht als gerechtstolk is opgetreden omdat de tolk niet beëdigd is. De tolk stelt dat beëdiging in deze civiele procedure niet verplicht was.
  4. Benadeling positie klager: klager stelt dat zijn positie en reputatie zijn geschaad door het handelen van de tolk. De tolk betwist dit en wijst erop dat klager beschikte over een eigen tolk.

Ontvankelijkheid van de klacht

De Klachtencommissie acht klager ontvankelijk in de klacht.

Overwegingen

Klachtonderdeel 1: partijdigheid

Klager stelt dat de tolk door haar keuze om uitsluitend voor de wederpartij te tolken partijdig heeft gehandeld. De tolk stelt dat deze hiermee juist neutraliteit heeft betracht. Vaststaat dat de tolk uitsluitend voor de wederpartij heeft getolkt en dat klager een eigen tolk had. Dat de tolk in eerdere procedures vaker voor de wederpartij heeft getolkt, is op zichzelf niet in strijd met de beroepscode. Objectieve aanwijzingen dat de tolk diens partijdigheid of neutraliteit daadwerkelijk heeft geschonden, ontbreken.

De Klachtencommissie acht dit klachtonderdeel daarmee niet bewezen en ongegrond.

Klachtonderdeel 2: onprofessioneel handelen

Klager stelt dat de tolk onprofessioneel heeft gehandeld door voorafgaand aan de zitting te weigeren voor klager te tolken. De tolk stelt dat deze keuze is gemaakt om belangenverstrengeling te voorkomen. Niet is gebleken dat de tolk zich daarbij onheus of escalerend heeft opgesteld. Dat klager deze keuze als onprofessioneel heeft ervaren, is onvoldoende om een schending van de beroepscode vast te stellen.

De Klachtencommissie acht dit klachtonderdeel daarmee niet bewezen en ongegrond.

Klachtonderdeel 3: beëdiging en kwalificaties

Vaststaat dat de tolk niet is beëdigd nu hij niet stond ingeschreven in het Rbtv. Eveneens staat vast dat in de betreffende civielrechtelijke procedure geen wettelijke afnameplicht gold voor beëdigde tolken. Nog daargelaten de vraag of klager voldoende belang heeft bij dit klachtonderdeel, nu de tolk niet voor hem heeft getolkt, zijn er geen objectieve gegevens waaruit blijkt dat de tolk onvoldoende gekwalificeerd was of hierover onjuiste informatie heeft verstrekt. Voor zover een beëdiging ter zitting aan de orde zou zijn, is het aan de rechter om daartoe te besluiten; dit betreft geen keuze of verantwoordelijkheid van de tolk zelf.

De Klachtencommissie acht dit klachtonderdeel daarmee ongegrond.

Klachtonderdeel 4: benadeling van klagers positie

Klager stelt dat diens positie en reputatie zijn geschaad door het handelen van de tolk. Hiervoor zijn geen objectieve gegevens gesteld of gebleken. Daarbij is van belang dat klager tijdens de zitting gebruik kon maken van een eigen tolk en aldus volledig aan de procedure kon deelnemen.

De Klachtencommissie acht dit klachtonderdeel daarmee ongegrond.

Uitspraak

De klachtencommissie verklaart de klacht in al zijn onderdelen ongegrond.

 

13 februari 2026
mr. drs. J. el Hannouche
Voorzitter Klachtencommissie