Uitspraak 13-02-2026

KLACHTENCOMMISSIE, uitspraak d.d. 13 februari 2026 inzake klacht 25-05

 

Ingekomen stukken

De Klachtencommissie heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
– Klachtformulier van klager, d.d. 12 november 2025
– Verweer van de tolk, d.d. 16 november 2025
– Reactie van klager, d.d. 16 november 2025
– Nadere reactie van de tolk, d.d. 17 november 2025
– Reactie van klager op de nadere reactie, d.d. 18 november 2025

Feiten

Als niet of onvoldoende betwist, staat het volgende vast:

  1. Op 12 november 2025 heeft de tolk een tolkopdracht aanvaard om gedurende een volledige schooldag (van 8:30 uur tot 14:00 uur) te tolken voor het minderjarige kind van klager, in een onderwijssituatie.
  2. De tolk heeft de tolkopdracht rond 11:00 uur voortijdig beëindigd en de school verlaten.
  3. De tolk heeft voorafgaand aan het beëindigen van de opdracht geen overleg gevoerd met klager en geen vervangende voorziening georganiseerd.
  4. De tolk heeft desgevraagd aan klager meegedeeld dat de opdracht voor hem niet (langer) passend was, maar heeft zich daarbij beroepen op zijn geheimhoudingsplicht en heeft geen inhoudelijke toelichting gegeven.
  5. Vaststaat dat het minderjarige kind na het vertrek van de tolk zonder tolk is achtergebleven voor de resterende schooltijd.

Klacht(en) en verweer

  1. Onprofessioneel handelen: klager stelt dat de tolk onprofessioneel heeft gehandeld door de opdracht abrupt te beëindigen en het kind zonder tolk achter te laten. De tolk stelt dat beëindiging een weloverwogen beslissing was en dat de situatie voor hem niet passend was.
  2. Onvoldoende verantwoordelijkheid jegens minderjarige: klager stelt dat de tolk onvoldoende rekening heeft gehouden met de bijzondere en kwetsbare positie van een minderjarige tolkgebruiker door de opdracht voortijdig te beëindigen zonder voorafgaand overleg met klager en zonder zorg te dragen voor vervanging. De tolk stelt dat hij vanwege zijn geheimhoudingsplicht geen nadere inhoudelijke toelichting kan geven op de aanleiding voor het beëindigen van de opdracht.

Ontvankelijkheid van de klacht

De Klachtencommissie acht klager ontvankelijk in de klacht.

Overwegingen

Klachtonderdeel 1: onprofessioneel handelen

Van de tolk wordt verwacht dat deze professioneel handelt, de opdracht zorgvuldig uitvoert en zich dienstbaar opstelt, waarbij het abrupt beëindigen van een opdracht slechts gerechtvaardigd is bij zwaarwegende omstandigheden. Vaststaat dat de tolk de opdracht voortijdig heeft beëindigd zonder overleg met klager. De tolk heeft zich beroepen op geheimhouding en geen feitelijke toelichting gegeven. Daardoor ontbreken objectieve gegevens waaruit blijkt dat sprake was van een zodanige situatie dat onmiddellijke beëindiging noodzakelijk was. De enkele stelling dat de opdracht “niet passend” was, is hiervoor onvoldoende.

De Klachtencommissie acht dit klachtonderdeel gegrond.

Klachtonderdeel 2: onvoldoende verantwoordelijkheid jegens minderjarige

Van de tolk wordt verwacht dat hij rekening houdt met de autonomie en kwetsbare positie van de tolkgebruiker, in het bijzonder wanneer het een minderjarige betreft. Door de opdracht zonder voorafgaand overleg met klager te beëindigen en zonder zorg te dragen voor vervanging, is het minderjarige kind gedurende een deel van de schooldag zonder tolk gebleven. Objectieve gegevens waaruit blijkt dat geen andere handelwijze mogelijk was, ontbreken. Daarmee is onvoldoende komen vast te staan dat de tolk de belangen van de minderjarige tolkgebruiker op zorgvuldige wijze heeft geborgd.

De Klachtencommissie acht dit klachtonderdeel gegrond.

Uitspraak

De klachtencommissie verklaart de klacht in al zijn onderdelen gegrond.

 

13 februari 2026
mr. drs. J. el Hannouche
Voorzitter Klachtencommissie