KLACHTENCOMMISSIE, uitspraak d.d. 17 maart 2026
Ingekomen stukken
De Klachtencommissie heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
– Klachtformulier van klager, d.d. 9 december 2025
– Verweer van de tolk, d.d. 11 december 2025
– Reactie van klager op het verweer van de tolk, d.d. 14 december 2025
– Aanvullende reactie van de verweerder, d.d. 26 december 2025
Feiten
Als niet of onvoldoende betwist, staat het volgende vast:
Op 17 september 2025 om 13.30 uur is verweerder als schrijftolk ingezet tijdens een zitting waarbij klager als slechthorende deelnemer aanwezig was. Klager stelt dat de tijdens de zitting getolkte tekst voor hem niet leesbaar en niet begrijpelijk was, doordat volgens hem gebruik werd gemaakt van onduidelijke en verkorte woorden, waardoor deze het gesprek niet kon volgen.
Vaststaat dat klager tijdens de opdracht geen melding heeft gemaakt van problemen met de leesbaarheid van de tolktekst en dat hierover ook direct na afloop van de opdracht geen gesprek heeft plaatsgevonden tussen partijen.
Klacht(en) en verweer
Klager stelt dat verweerder tijdens de zitting van 17 september 2025 zodanig onduidelijke en verkorte tekst heeft geproduceerd dat klager het gesprek niet kon volgen. Verweerder betwist dit en voert aan dat tijdens de opdracht geen klachten zijn geuit en dat het achteraf niet meer mogelijk is de tolktekst te overleggen omdat het tijdelijke bestand waarin de tolktekst was opgeslagen na verloop van tijd automatisch is verwijderd.
Ontvankelijkheid van de klacht
De Klachtencommissie acht klager ontvankelijk in de klacht.
Overwegingen
Klager stelt dat de geproduceerde tolktekst niet begrijpelijk was doordat gebruik zou zijn gemaakt van verkorte en niet-Nederlandse woorden. Verweerder betwist deze lezing en stelt dat tijdens de opdracht geen signalen zijn ontvangen dat de tekst niet leesbaar of begrijpelijk was.
De Klachtencommissie stelt vast dat geen tolktekst of andere objectieve vastlegging van de getolkte inhoud beschikbaar is. Uit de stukken blijkt dat de tolktekst, voor zover tijdelijk opgeslagen, na verloop van tijd automatisch is verwijderd en derhalve niet meer kan worden overgelegd.
Daarnaast staat vast dat klager tijdens de opdracht of direct na afloop geen melding heeft gemaakt van problemen met de leesbaarheid van de tolktekst. Hierdoor is wederhoor op het moment zelf niet mogelijk geweest en kan achteraf niet meer worden vastgesteld wat er daadwerkelijk is getolkt en hoe dit is weergegeven.
De klachtencommissie overweegt dat in een dergelijke situatie beide partijen met een bewijsprobleem worden geconfronteerd. De bewijslast voor de gestelde normschending rust echter primair bij klager. Nu objectief verifieerbare gegevens ontbreken, kan niet worden vastgesteld dat verweerder de professionele norm inzake kwaliteit heeft geschonden.
De Klachtencommissie merkt ten overvloede op dat het voor zowel tolkgebruikers als tolken van belang is dat eventuele onduidelijkheden tijdens een tolksituatie zo spoedig mogelijk kenbaar worden gemaakt. Dit biedt de mogelijkheid om de werkwijze direct aan te passen en misverstanden te voorkomen.
Voorts geldt dat het opslaan van tolkteksten op grond van de beroepscode in beginsel niet is toegestaan, tenzij alle betrokkenen daarmee instemmen. Indien tijdens een opdracht discussie ontstaat over de kwaliteit van de tolktekst, kan het met instemming van alle betrokkenen behulpzaam zijn om tijdelijk een vastlegging te bewaren ten behoeve van latere verificatie.
Uitspraak
De Klachtencommissie verklaart de klacht ongegrond.
17 maart 2026
mr. drs. J. el Hannouche
Voorzitter Klachtencommissie